Het is nog maar een jaar of vijf, zes dat ik me serieus met geuren bezig houd. Al veel langer ben ik nieuwsgierig naar het klokhuis van alles om me heen. Hoe werkt een radio, een boom of verf: wat zit er in en kan ik dat ook zelf maken of zien. Die nieuwsgierigheid is de basis van het bedrijf dat ik in 2001 begon: De Hekserij. De Hekserij verkoopt allerlei grondstoffen en materialen voor het zelf maken van cosmetica (inclusief parfums) en bijvoorbeeld chemicaliën voor eenvoudige proefjes. Op deze manier help ik mezelf aan geschikte grondstoffen, maar ook onze inmiddels bijna 7000 klanten. Daarnaast is het een leuke manier om je werk te doen.
Naast het verkopen van grondstoffen geven we er in De Hekserij ook informatie over. Het is fijn als je de benodigdheden kan kopen, maar als je ze niet weet te gebruiken heb je er niets aan. Vandaar dat we vanaf het allereerste begin recepten op de website hebben gezet, later schriftelijke cursussen zijn gaan verkopen en zo nu en dan een workshop of privéles geven. Veel emails die De Hekserij krijgt zijn vragen over het hoe en wat van allerlei producten en grondstoffen, we proberen deze vragen zo veel en goed mogelijk te beantwoorden.
Veel van onze klanten willen zelf een cosmetisch product maken en dit dan verkopen. Soms hebben ze kleinschalige plannen, soms zijn ze erg ambitieus. We helpen deze mensen met de basiskennis op het gebied van producten en wetgeving.
De laatste jaren liep ik daarbinnen tegen een grens aan: ik heb zelf wel kennis over het maken van deze producten en ook de wettelijke kennis heb ik me aardig eigen gemaakt, maar ik heb zelf niet geprobeerd om een cosmetisch product te gaan verkopen. Dat zou wel eens heel zinvol kunnen zijn, op die manier ervaar je mogelijkheden en problemen die zich voordoen bij zo'n proces. Daarmee kan ik onze klanten beter van dienst zijn en m'n praktische kennis op dit gebied verbeteren. Misschien wel belangrijker: het is een leuke, interessante uitdaging.
Ik heb er voor gekozen om een aantal parfums te gaan ontwikkelen voor de verkoop. In dit plog zal ik regelmatig verslag doen van de ontwikkelingen: wat heb ik gedaan, wat waren de problemen en wat waren de oplossingen waar ik voor heb gekozen. Ik heb er geen heel duidelijk tijdspad voor genomen, ik denk dat ergens in 2013 de parfums op de markt zouden moeten komen, maar als het eerder kan of later moet is dat prima: het gaat niet alleen om het product, maar vooral ook om het proces.
Tenslotte: plog betekent parfumeurs log. Het is niet een echt blog, je kan er niet op reageren of volger worden. Het is een logboek, ik schrijf op wat relevant is in dit proces.
In grote lijnen zijn er twee manieren waarop je alles kan leren wat je als parfumeur moet weten: in een (bedrijfs-)opleiding van andere parfumeurs of zelf door te lezen en te proberen. Aangezien er maar weinig mensen in de situatie komen waarin zo'n bedrijfsopleiding wordt aangeboden is zelf doen het meest bereikbaar. Op internet staat -in het algemeen- een boel over alles, maar zolang je nog helemaal niets weet, of maar heel weinig heb je er niets aan. Naast nuttige informatie staat er erg veel onzin die keer op keer wordt overgeschreven. Pas na de nodige basiskennis kan je kaf van koren scheiden.
Voor het verkrijgen van deze basiskennis zijn er een aantal serieuze boekwerken, sommige al aardig op leeftijd. Voor het lavendelwater, één van de parfums die ik ga maken, gebruik ik gegevens uit W.A. Poucher's perfumes cosmetics and soaps (deel II, 1959). Poucher geeft een zeer eenvoudig recept. Samengevat is zijn basisrecept 2% Engelse lavendelolie, 1% bergamotolie een beetje tinctuur van iriswortel, muskus en civet. Hoe eenvoudig dat ook lijkt, er zitten de nodige haken en ogen aan.
Allereerst: Engelse lavendelolie. Tot ver in de 20ste eeuw werd deze olie gemaakt in het gebied rond Mitcham, zuidelijk van Londen. Deze olie was meer kruidig dan de Franse olie omdat er een andere lavendelvariëteit werd gebruikt en omdat het klimaat noordelijker was. Volgens Arctander's Perfume and Flavor Materials of Natural Origin (1961) bevatte de olie meer van de geurstof linalool dan de Franse. Hoewel er hier en daar nog wel lavendelolie wordt gemaakt in Engeland is het, net als in Nederland, vooral een soort toeristische atractie die het moet hebben van rondleidingen en verkoop in de boerderijwinkel (lavendelshampoo, lavendelkaarsen, lavendelworst) met hoofdzakelijk productie van lavendel als kruid en daarbij nog wat productie van olie. De planten zijn waarschijnlijk niet de originele, waardoor de olie mogelijk anders ruikt. In elk geval zal het meer moeite kosten dan in 1959 om de juiste olie te vinden.
Bergamotolie en iriswortel zijn goed verkrijgbare producten, civet is wat lastiger, maar onmogelijk is het niet. Muskus is wel een probleem. Natuurlijke muskus is al jaren niet meer legaal in de handel. Al sinds 1979 is de handel zo goed als verboden. Door de enorme vraag wordt er wel gehandeld in illegale producten, in de meeste gevallen zal dit een synthetische muskus zijn die als echt wordt verkocht, wellicht zal in een enkel geval de echte muskus in de handel zijn door stroperij verkregen. Het zal duidelijk zijn dat dit recept in de oorspronkelijke opzet van 1959 niet gemaakt en verkocht kan worden, maar het is nog altijd uitstekend geschikt ter inspiratie.
Poucher geeft meer formuleringen (zeg maar recepten) en natuurlijk zijn er meer boeken. Met een flinke vleug kennis en ervaring kan je daar een heel eind mee komen.
Als ik een parfum ontwerp ga ik meestal op dezelfde manier aan de slag. Ik begin met een idee dat me invalt of dat wordt aangedragen. Met dat idee moet worden gespeeld, waarbij het zich vrijwel automatisch omzet in een aantal geuren. Soms is dat eenvoudig en logisch, bijvoorbeeld als een geur het uitgangspunt is. Bij dingen die niets met geur te maken hebben moet er een omzetting plaats vinden van het idee naar de geur. Ik moet zeggen dat ik dat eigenlijk het eenvoudigste deel vind, het is pure inspiratie en die komt vanzelf (of niet natuurlijk), je kan er weinig aan doen. Vaak is zo'n eerste idee een beetje kaal of heb je een aantal geuren die niet zo goed bij elkaar lijken te passen. Dan stel je je geuren voor die goed zouden passen tussen deze geuren en dan ontstaat een soort heel ruwe versie van het parfum.
Ik werk dit vervolgens uit in een honderd druppels experiment: ik schrijf een formulering uit die bestaat uit precies (soms ongeveer) honderd druppels geurstof of geurstofoplossing. Deze formulering sluit zo precies mogelijk aan bij het eerste idee. Vervolgens ga ik dit mengen. Een deel van dit mengsel wordt verdund met alcohol tot de juiste verhouding van het eindproduct, dat kan 15% zijn voor een sterk, zwoel parfum of 3% voor een licht reukwater. Ik laat het minstens een dag staan en dan ga ik voor het eerst ruiken. Op deze manier wordt beoordeeld wat er goed en slecht aan is, wat behouden moet worden en wat gewijzigd moet worden. Waar "gaten" in de geur zitten of ongewenste contrasten.
Als het nodig is om verder te nuanceren kan je het 100 druppels loslaten en er een 200 druppel ontwerp van maken, of wat er maar nodig is, maar 100 druppels is voor mij meestal een goed compromis tussen overzicht en nuance. Het ingewikkeld maken van een formulering is geen doel op zich, het is hooguit iets dat kan gebeuren om het beoogde effect te bereiken.
Er zijn een aantal redenen waarom ik een parfum heb gekozen om ervaring te krijgen met de praktische aspecten van het produceren van cosmetica.
De meest belangrijke is misschien wel dat ik parfum een leuk, zinvol en sympathiek product vind. Cosmetica is wat mij betreft voor het grootste deel gebakken lucht met een sausje. Onnodig gedoe dat op z'n best niet al te veel schade aan het lichaam doet en in een heel enkel geval misschien zelfs iets zinnigs. Reinigende cosmetica is er vooral om andere cosmetica te verwijderen. Hoeveel praktischer is het om die andere zooi niet op te smeren, dan hoef je het er ook niet af te wassen. Voor het gewone reinigingswerk kan je met alleen water meestal prima volstaan. Crèmes en dergelijke zijn hooguit voor mensen met een gortdroge huid nuttig, maar dan heb je het eigenlijk over een soort geneeskundig gebruik. Voor de meeste gebruikers is crème niet nodig, het is puur recreatief. De een kookt, de ander leest en de derde smeert cosmetica. Mensen met veel vrije tijd doen het allemaal.
Op zich prima, als de cosmetica zichzelf niet zo'n air had aangemeten dat het iets anders is dan een soort vreemde hobby. Dat gebruik van deodorant noodzakelijk is, of gezond. Cosmetica is 99% marketing en als je weinig met de rest ophebt valt er weinig in te beleven. Parfum is misschien wel voor 99,9% marketing. Exacte cijfers zijn niet openbaar, maar het zou me niets verbazen als meer dan de 80% van de kosten van de parfumindustrie bestaan uit reclame, luxe verpakking en andere zaken die met het eigenlijke product niet zo gek veel te maken hebben. Aan de andere kant worden aan parfum geen echt nuttige eigenschappen toegeschreven, het is, en wordt verkocht als pure luxe. Het heeft geen andere pretenties. Tuurlijk, een enkeling beschouwt het nog steeds als een lokmiddel voor personen van het andere, hetzelfde of wel geslacht dan ook, maar dan wel met een heel vette knipoog. Een parfum is een product dat je gebruikt om lekker te ruiken, niet meer en niet minder. Een verademing naast alle onwaarschijnlijk claims van de cosmeticareclame waar kennelijk ook nog massaal geloof aan wordt gehecht.
Met parfum en geur heb ik dan ook echt wat, maar er zijn ook praktische kanten voor deze keuze. Een parfum bestaat hoofdzakelijk uit alcohol. Voordeel daarvan is dat er geen enkel micro-organisme in kan bestaan, zodat er geen kans is op bederf van een parfum door schimmels of bacteriën. Dat bespaart ook investeringen in een speciale ruimte voor het bereiden van cosmetica, tests voor de houdbaarheid en andere kostbare zaken. Op parfums zit vaak een flinke marge. De werkelijke kostprijs van 50 ml parfum is misschien iets van vijf tot acht euro, soms wat meer, soms wat minder. Ditzelfde parfum wordt voor het tienvoudige verkocht. Als je kleinschalig parfums gaat maken ben je wat duurder uit omdat je niet groot kan inkopen en er veel werk aan hebt. Doordat de consument een relatief hoge prijs gewend is kan je dit toch voldoende winstgevend produceren.
Nadeel is dat geurstoffen een belangrijke oorzaak zijn van allergie voor cosmetica, maar er moet natuurlijk ook een uitdaging overblijven.
Persoonlijk ben ik geen groot liefhebber van pure bloemenparfums. Een parfum zonder bloemengeur is zeldzaam, dus ook ik wil er altijd wel wat bloem in hebben, maar er moet daarnaast een duidelijk ander thema zijn. Je kan bijvoorbeeld de geur van rozen goed combineren met specerijen of een groene hint. Lavendel is van zichzelf -qua geur- al zeker zoveel kruidig als bloemig. Jasmijn gaat prima samen met specerijachtige zaken, leer en eetbare geuren als vanille en kokos.
Toch hoort er een echt en zuiver bloemenparfum in m'n portfolio, je kan geen parfumeur zijn zonder dergelijke parfums te maken. Als uitgangspunt voor zo'n bloemenparfum heb ik het klassieke L'air du temps van parfumeur Francis Fabron gekozen. Dit werd in 1948 op de markt gebracht en wordt (uiteraard tientallen keren aangepast) nog steeds verkocht. Het belangrijkste thema van dit parfum is de geur van anjer. Een simpele anjergeur maak je door een niet al te uitgesproken bloemengeur te mengen met de geur van kruidnagel en dat is precies wat Fabron heeft gedaan. Daar heeft hij vervolgens een basis aan toegevoegd van iris, hout en muskus. Als top is gekozen voor de hoofdbestanddelen van bergamot, lavendel en rozenhout. Al met al zeer klassiek en kennelijk nog steeds populair.
Naast al deze bekende geuren heeft Fabron gebruik gemaakt van een typische synthetische geur, de geurstof benzylsalicylaat. De geur is lastig te beschrijven, maar heeft wat van vanille, jasmijn en iets metaalachtigs. De kwaliteit van het parfum wordt vooral door de details bepaald: niet een roos, maar die roos. Ongetwijfeld zaten er oorspronkelijk aardig wat dure absolues in van bloemen als jasmijn en roos en even waarschijnlijk zijn deze -tenminste deels- in de loop van de tijd vervangen door steeds betere meer synthetische varianten met dezelfde hoge geurkwaliteit.
Al met al een behoorlijke uitdaging, maar ik heb al een kleine voorsprong omdat ik vaker met deze combinatie heb geëxperimenteerd. Om te beginnen heb ik daarom een honderddruppelsexperiment gedaan, gebaseerd op eerdere mengsels. Het resultaat was helemaal niet slecht, een behoorlijk lineair parfum met een lekkere geur en een klassieke uitstraling. Het heeft nog wel wat karakter nodig.
Een uitdaging die zeker voor dit parfum geldt is de allergenen te beperken. Veel geurstoffen voor anjer zijn allergeen tot sterk allergeen, het gebruik is daarom stevig aan banden gelegd. Zo heeft Fabron in z'n oorspronkelijke parfum misschien wel 5% isoeugenol gebruikt in de geurcomponent. Isoeugenol is een fantastische geurstof met een rijke, warme kruidnagelgeur. Door de IFRA, de waakhond van de geurstofindustrie is voorgeschreven dat een parfum hooguit 0,02% van deze stof mag bevatten in het uiteindelijke product, dus met een geurstofconcentratie van 12,5% zou dat maximaal 0,16% in de geurcomponent zijn, meer dan 30 x minder dan Fabron zou hebben kunnen gebruiken. Er zijn heel veel goede vervangers voor isoeugenol die elk belangrijke aspecten van de geur nabootsen, maar de echte warme zachtheid van het origineel is niet eenvoudig na te maken.
Eén van de dingen die een parfumeur je niet snel zal vertellen is de formule van een parfum. De formule is in feite het recept: een lijst van gebruikte ingrediënten en de hoeveelheden waarin ze worden gebruikt. De reden van geheimhouding is duidelijk: het is lastig het parfum na te maken als je de formule niet hebt. Goede ervaren parfumeurs kunnen -als ze de tijd hebben- een bestaand parfum redelijk met hun neus analyseren en bepalen wat er inzit en hoeveel ongeveer. Ze kunnen dan een zeer vergelijkbaar parfum maken, dit heet "matchen". Met de moderne analyse apparatuur gaat het beter en makkelijke, maar helemaal namaken lukt niet.
Doordat de formule eigendom is van een parfumeur of fabriek en ze deze geheim houden zijn ze de enige die het maken. Op die manier is een formule beter verhandelbaar. Voor beginnende parfumeurs is dat heel jammer, formules bestuderen is een heel goede manier om het vak te leren. Je krijgt inzicht in mogelijkheden, leert bekende combinaties en truukjes en leert wat je nodig hebt om een bepaalde geur te componeren.
Ik ga daarom het roer radicaal omgooien: alle formules worden helemaal openbaar zodat iedereen kan zien wat er inzit en hoeveel van alles. Iedereen die het wil zou het kunnen namaken, uiteraard met het doel ervan te leren. Als je het in computertermen aangeeft worden het "open source" formules. Net zoals je software hebt waarvan de code geheim wordt gehouden is er software waarvan de code openbaar is zodat iedereen kan zien hoe het werkt. Eén van de mooie kanten hiervan is dat iedereen een bijdrage kan leveren. Je kan de formule verbetereren, een deel ervan gebruiken voor iets anders en uiteraard er van leren.
Als begin heb ik twee honderdruppelexperiment formules op deze website gezet, maar ook de uiteindelijke formules zal ik op deze website neerzetten.
De formules moet je als volgt lezen: in de linkerkolom staat de naam van de betreffende grondstof, in de rechterkolom het aantal druppels. Het totaal staat ook aangegeven, omdat het een enkele keer toch geen 100 is. Onderaan staat de mate van verdunning. 5% W/V in alcohol betekent dat je 5 gram van de gemaakte geurcomponent met alcohol verdunt totdat er 100 ml parfum mee is gemaakt. Dat is niet helemaal hetzelfde als 95 gram of 95 ml alcohol toevoegen, in dat geval krijg je meestal net iets meer of net iets minder dan 100 ml parfum. Helemaal weggeven is het niet, hoewel ik de formules publiceer op internet blijf ik de eigenaar ervan en zijn de rechten voorbehouden.
Volgens de Nederlandse (en Europese) wetgeving is parfum een cosmetisch product. Cosmetica valt onder het cosmeticabesluit van de warenwet, dit besluit is gebaseerd op de Cosmeticarichtlijn van de Europese Unie. Om het extra moeilijk te maken wordt de wetgeving regelmatig aangepast: elk jaar wel een paar kleine aanpassingen en zo nu en dan een grote wijziging, onder andere medio 2013. De wet schrijft zaken voor als wat er wel en niet in mag zitten, wat er op de verpakking moet staan en ook hoe de veiligheid moet worden gewaarborgd.
Een belangrijke eis is dat er een productveiligheidsrapport moet worden gemaakt door een deskundige. Dit betekent dat ik ik op zoek moet gaan naar een persoon of bedrijf die dat kan doen. Omdat alles in cosmeticaland is gericht op grotere volumes kon dat nog wel eens lastig en duur worden.
Om die reden is het waarschijnlijk verstandig om zoveel mogelijk voorwerk zelf te doen. Van elke formule wordt een spreadsheet gemaakt met daarin de ingrediënten en een beschrijving van de speciale eisen die de wet er aan stelt. Op die manier is eenvoudig aan te tonen dat het product voldoet. Ik maak deze sheets pas als de formule in hoofdlijnen goed lijkt te zijn. Daarnaast is het een kwestie van zelf de nodige documentatie te verzamelen van elke grondstof: een specificatie, analyse en een veiligheidsinformatieblad.
Hoewel wettelijk niet verplicht is het voor parfums verstandig ook aan de richtlijnen van de IFRA te voldoen. Dit is een organisatie waarbij veel producenten en gebruikers van geurstoffen zijn aangesloten. De leden van de IFRA verplichten zich om te werken binnen de richtlijnen van de IFRA. Als de IFRA aanbeveelt om een stof niet te gebruiken, of in een aftershave niet meer dan 2% van een stof te gebruiken dan moet een IFRA lid zich aan deze richtlijn houden. Bij het beoordelen van het risico van gebruik van een parfum wordt vaak gekeken of het parfum aan de IFRA norm voldoet, zo niet dan zal het waarschijnlijk de nodige moeite kosten om de risicobeoordeling er door te krijgen.
Na een tijdje te hebben gerijpt werd het tijd het lavendelwater te ruiken en op basis daarvan te beoordelen.
De eerste reuktest doe ik meestal op een blotter, een strookje filtreerpapier dat het parfum redelijk goed vasthoud. Het parfum verdampt en om de zoveel minuten ruik ik en noteer wat ik ruik. Doordat niet alle geurstoffen even snel of makkelijk verdampen verandert de geur steeds, dat is ook preceis de bedoeling van een parfum in de Franse traditie.
Ik ben tevreden over het begin van de top, de eerste indruk en de geur na 15 seconden zijn prima, maar na een minuut overheerst een kamferachtige geur die ik niet lekker vind. Daarna wordt het weer beter. Verrassend is de geur van munt in de top van het parfum, ik ben benieuwd welk ingrediënt hier verantwoordelijk voor is. De kamfergeur komt waarschijnlijk uit de lavendelolie zelf, of wellicht uit de ho olie. Het hart en de basis van het parfum zijn prima. De geur wordt al na anderhalf uur erg licht, maar dat past prima bij een parfum van dit type.
Het parfum bestaat volledig uit natuurlijke bestanddelen, het zou mooi zijn als dat zo kan blijven. Ik besluit het parfum aan te passen met een beetje salieolie en wat ceder virginia. Een nieuw 100 druppelparfum zal over een tijdje uitwijzen of het parfum hierdoor beter wordt. De honderddruppelformule staat elders op deze website.
Als parfumeur kan je niet heen om de geur van roos, of je er van houdt of niet. Gelukkig is er bijna altijd wel een variant te vinden die lekker is. Voor mij is dat de groene roos. Het is een compositie die wat heeft van roos en wat van snijbloemen, vers gemaaid gras en andere groene geuren.
Het lastigste van groene roos is dat het al snel naar geranium neigt. Ik los dat op door zeer zuinig te zijn met geraniumolie en geen muntachtige geuren te gebruiken: geraniumgeur krijg je door roos en munt te mengen. Het groene aspect
bestaat in dit geval uit Stemone, dat inderdaad wat van stengels heeft, maar ook wat anijsachtigs, cis-3-hexeenol, de kenmerkende geur van vers gemaaid gras en twee galbanum geurstoffen. Hierdoor krijgt het groene aspect meer bite. Met de
roos speel ik een beetje vals door het gebruik van Dorinia SA E, een voorgemengde rozenbase die al geweldig naar roos ruikt. Doordat hier een zeer belangrijke sterke rozengeurstof in zit (beta damascenon) is deze eenvoudig over te doseren, dat
is beslist een punt van aandacht in de evaluatie.
De basis is een musk / amber compositie. Aan de ene kant wat saai en gewoontjes, maar deze past hier nu eenmaal goed bij.
Ik heb al veel van deze groene rozengeuren gemaakt en ben er nog lang niet op uitgeroken, er moest ook wel een groene roos tussen, dat hoort bij mij. De honderddruppelsformule staat elders op deze website.
Dit parfum heeft wel wat van de groene roos, al zit er maar een klein beetje roos in. Een belangrijke overeenkomst is het gebruik van galbanum, een groene, kruidige geur. Hier echter is de roos vervangen door lavendel. De musk is zo goed als weggelaten en vervangen door een meer klassieke ambergeur.
Omdat het parfum een tikje roos kon gebruiken, maar roos hier niet heel belangrijk is en ik er maar een paar druppels aan wilde spenderen, heb ik een voorgemengde basis gebruikt om dit tikje roos te kunnen toevoegen. In feite is deze basis
een eenvoudige compositie op zichzelf. Ik zal de formule van deze roos basis 2 binnenkort ook op de site plaatsen, zodat het ook helemaal open source blijft.
De lavendelgeur komt deels van de lavendelolie van het High Alp type, deze is wat frisser dan de types uit de provence. Recent rook ik een monster van een Oost Europese lavendelolie, die zou ook heel geschikt zijn: frisser, kruidiger en
mannelijker. De lavendel absolue past hier erg goed in en sluit naadloos aan op de coumarine. Door gebruik van lavendel en coumarine verraadt zich een klassiek Fougère parfum. Het lijkt veel coumarine, maar ik heb een 10% oplossing
gebruikt.
Dit moet wel goed worden nagerekend, de IFRA heeft het gebruik van coumarine flink aan banden gelegd en dat zit nog niet in mijn systeem, ik vind het een heerlijke geur en gebruik er vaak veel van.
De honderddruppelsformule staat uiteraard weer op de pagina elders op deze website.
In het honderddruppelsexperiment Lavendel galbanum heb ik roos basis 2 gebruikt. Dit is een rozencompositie die ik zo nu en dan gebruik als ik een beetje rozengeur nodig heb in een formulering. Als de geur van roos heel belangrijk is voor een parfum dan verplicht je je daarmee met een nieuwe, bijzondere compositie te komen: dan kan je natuurlijk niet een eenvoudige basis gebruiken, maar moet je de rozengeur goed en doorroken componeren. Echter, in een heel andere formule waarin roos niet centraal staat, maar alleen een vleugje roos nodig is kan zo'n basis een goede manier zijn om een goede rozengeur in te voegen. Met slechts één of twee druppels voeg je een complete roos in, iets dat met geen enkele 'zuivere' geurstof zal lukken.
De formule van de Basis Roos 2 (zie de formule elders op deze site) is wat anders opgeschreven dan de honderddruppelsexperimenten. In plaats van druppels is er met gewichtsdelen gewerkt. Ook de gebruikte oplossingen zijn w/w verdunningen: citral 10% DPG betekent een oplossing van citral in dipropyleenglycol die 10 gram citral per 100 gram oplossing bevat. Zoals de naam al suggereert is er ook een Basis Roos 1, die is in andere gevallen meer geschikt, het is altijd handig uit meerdere bases keuze te hebben.
Sommige parfumeurs maken veel gebruik van hun eigen gemaakte bases. Het heeft als voordeel dat je op een eenvoudige manier een ingewikkeld en dus lastig na te maken parfum kunt componeren. Het nadeel is dat je composities op elkaar gaan lijken, het kan wat routinematig worden. In plaats van een originele jasmijngeur gaat er wat Jasmin Sambac V in. Ik probeer me om die reden ook te beperken in het gebruik van deze bases, maar ze zijn soms erg handig.
Vandaag heb ik op de hei gewandeld, een mooie wandeldag. Veel fiets- en wandeltochten in de natuur inspireren me, zeker deze tijd van het jaar. Op de hei waren bremstruiken. Ik moet zeggen dat de geur van de bloemen me wat tegenviel, vrij zwak, maar wel verrassend groen, een lekkere geur die vraagt om iets mee te doen, bij voorkeur nu de geur nog in m'n hoofd zit en ik me alleen maar even hoef te concentreren om deze weer te ruiken. Als ik in de literatuur duik zoe ik wat anders dan ik heb geroken, veelal geranium, oranjebloesem, linalool en iets van citrus met wat balsamisch (vanille / heliotropine) en wat para cresol esters. Linalool en geranium bieden wel iets groen, maar veel is het niet.
Een andere geur, die me een paar jaar geleden voor het eerst weer opviel toen ik wat meer de tijd nam om te fietsen is die van meidoorn. Een geweldige geur die net als brem nogal ouderwets is en nooit erg populair. Ik snap het niet, het is geweldig, natuurlijk en veelzijdig. Het is wat lastiger er formules voor te vinden, maar ze komen meestal neer op een soort sering met veel anijsaldehyde en wat acetofenonderivaten. De eerste meidoornbasis die ik maakte heb ik overigens zonder literatuur gedaan, de anijsaldehyde herken je direct als je meidoorn ruikt, al schijnt dit niet voor te komen in de natuurlijke geur van de meidoorn.
In onze stad groeit de in Nederland nogal zeldzame muurbloem, uiteraard op stukken van de oude stadsmuur. Ook de geur hiervan is een ouderwetse parfumgeur: roos, eugenol en heliotropine zijn belangrijke elementen, samen met wat algemene bloemengeuren en een vleugje kaneel. Omdat de bloemen niet sterk ruiken en hoog op de muur groeien inspireert niet zo zeer de geur (ik heb ze nog steeds niet geroken), maar puur de aanwezigheid en het feit dat ik er bijna elke dag langs fiets.
Hoog tijd voor een evaluatie van de tweede versie van het lavendelwater. Ik werd weer verrast door de duidelijke pepermuntgeur. Die is te sterk en maakt het parfum te hard. Wel een lekkere pepergeur die zo aan het begin van het hart opkwam.
Er moet duidelijk wat in de top gebeuren. dat kan door weer een andere topnoot toe te voegen, maar ook door elementen uit hart en basis naar de top te laten komen. Toch maar iets van een bloemetje: wat geranium (past prima bij de pepermunt) en neroli dat de bergamot mooi aanvult. Om iets warmte in de top te krijgen waag ik een drupje kruidnagel, maar wel in m'n achterhoofd het risico dat het nu helemaal medicinaal gaat ruiken.
Een onverwacht moeilijke geur! Wellicht zou ik een andere lavendelolie moeten nemen, een meer warme variant, misschien wat minder lavendelabsolue en wat meer lavendelolie. Vetiver en tonka absolue komt ook in me op. Goed om te weten dat er nog verschillende mogelijkheden zijn om mee te spelen als ook deze poging niet het gewenste resultaat oplevert.
Het l' air du temps parfum bevalt me wel zoals het is. Wat mij betreft wijzigt er niets meer aan, maar helaas ben ik niet degene die daar over gaat. De wet vereist dat de formule aan bepaalde eisen voldoet, deze staan in de cosmeticarichtlijn en de cosmeticaverordening die uiteindelijk de cosmeticarichtlijn gaat vervangen. Een andere eis van deze wetgeving is een veiligheidsbeoordeling door een deskundige, in principe een cosmetisch chemicus. De wettelijke eisen controleren is vrij goed te doen: de teksten staan meestal online. De veiligheidsbeoordeling laat meer ruimte, in die zin dat elke cosmetisch chemicus haar of zijn eigen oordeel moet vormen. Waar de een zal vinden dat een bepaalde stof niet in die concentratie gebruikt mag worden denkt een ander daar anders over. Om aan de veilige kant te gaan zitten wil ik dat de producten ook aan de IFRA richtlijnen voldoen, deze zijn ook online te vinden. De IFRA richtlijnen zijn geen wet, het zijn afspraken die grote spelers in de geurindustrie onderling hebben gemaakt, maar als je aan de IFRA richtlijnen voldoet zal een cosmetisch chemicus als regel minder problemen hebben met de formulering.
Om het eenvoudig te maken heb ik om te beginnen een document gemaakt met daarin de stoffen die voorkomen in de formule van het l'air du temps parfum. Ik heb aangegeven wat de cosmeticaverordening er over zegt en wat de IFRA van mening is. In de cosmeticarichtlijn stonden een aantal regels die in de cosmeticaverordening niet meer voor lijken te komen, dat moet ik beslist verder uitzoeken. Deze regels waren echter gelijk aan de IFRA aanbevelingen, dus uiteindelijk voldoet het parfum ook aan deze mogelijk vervallen regels.
Daarnaast heb ik het honderdruppelexperiment uitgewerkt tot een formulering, zodat ik een beter inzicht heb in wat de percentages zijn van alle stoffen in het eindproduct. De formulering is voor ongeveer 1 liter parfum. Omdat de geurcomponent 10% W/V in alcohol is was het eenvoudig converteren. Alleen nog wat antioxidant toevoegen en schatten hoeveel ml alcohol nodig zou zijn. Het percentage is steeds eenvoudig direct te zien. Er zit bijvoorbeeld 14 g benzylsalicylaat in per liter, dat is dan 1,4%.
Ik laat de allergeenspecificaties vooralsnog buiten beschouwing, dat zijn geen echte beperkingen, maar meer verplichtingen voor teksten op het etiket. De maximumconcentraties van de IFRA (en een van de wet!) zijn wel direct van belang. De bergamotolie zou een probleem kunnen zijn: ik mag maximaal 0,4% gebruiken en heb 0,6% in de formule staan. Echter, dit geldt voor geperste olie. Als ik gedestilleerde FCF olie gebruik of deels terpeenvrije olie dan is er geen probleem. Goed op letten dus bij verdere uitwerking. De hydroxycitronellal is een grensgeval. Bij de geschoren huid mag maximaal 0,8% worden gebruikt en de ongeschoren 1,0%. In de formule zit 0,9%. Misschien verstandig dit percentage wat omlaag te brengen. Er zit 0,16% musk keton in wat mag in parfums en eau de toilettes, hier vooralsnog niets aan doen. Ook de ylang ylangolie zit in de gevarenzone: teveel voor de geschoren huid, maar veilig onder de maximumgrens voor de ongeschoren huid. Ylang ylangolie is echter helemaal lastig te vervangen, misschien met canangaolie of jasmijn absolue?
Al met al kan de formule zo blijven staan, maar het is wellicht verstandig er rekening mee te houden dat deze toch wat moet worden aangepast. De formule staat bij de formules onder experimenten en het document dat ik heb gebruikt om de beperkingen per geurstof te noteren staat onder hulpdocumenten.
Het groene roos parfum is als eerste poging al goed. Bij evaluatie bleek het behoorlijk lineair, net als l'air du temps. Misschien is er ruimte voor iets verbetering in de top, maar er is altijd wel ruimte voor schaven, wijzigen, verbeteren. Omdat dit in feite voor mij lang niet het eerste 'groene roos' parfum is (ik heb al jaren vele varianten gemaakt) is het ook niet gek dat het meteen al in orde is. Ik laat het zo.
Net als bij l'air du temps moet ik nu kijken of ik problemen ga krijgen met de formulering. Ik heb daartoe het honderdruppelexperiment uitgewerkt, de formulering staat bij de andere formule, onder experimenten. Omdat dit parfum een lager percentage geurstoffen heeft moest ik iets harder nadenken bij het omzetten.
Wat de IFRA aanbevelingen betreft: veel van de stoffen in deze formulering zijn probleemloos. De 4,5% Iso E Super die er in zit is ruim onder de grens voor de geschoren huid, ook de citronellol is ruim aan de veilige kant. De Dorinia SA E echter
is zwaar overgedoseerd, er zou maximaal 0,4% in mogen zitten, maar het is 1,5%. Daar zal dus geherformuleerd moeten worden. Galbex bevat o.a. Dynascone (IFRA noemt het 1-(5,5-Dimethyl-1-cyclohexen-1-yl)pent-4-en-1-one), maar omdat
het maar weinig is zit ik ook daar ruim aan de veilige kant. De etherische olie van palmarosa en geranium dragen bij aan het gehalte citronellol en geraniol, maar bij elkaar is het geen probleem.
Vanwege de Dorinia SA E zal er dus gewijzigd moeten worden, erg jammer, maar ik heb genoeg ideëen, dus dat gaat wel lukken. Wat EO davana en styrallylacetaat bijvoorbeeld.
Het geurstofbeperkingen doc is aangepast.
In verband met het voor en nawerk van onze vernieuwde website (De Hekserij) heb ik de afgelopen maanden weinig tijd gehad voor het plog. Ik hoop op beterschap.
De cosmeticaverordening van de Europese Unie is de wetgeving die in de hele EU bepaalt waar cosmetica die in de EU worden verkocht aan moeten voldoen. Eéln van de eisen is dat een deskundige (in principe een cosmetisch chemicus) een veiligheidsbeoordeling heeft gemaakt en, uiteraard, dat daaruit blijkt dat het een veilig product is. Deze veiligheidsbeoordeling is een van de lastige zaken voor startende, kleine, cosmeticabedrijven. Het betekent bijvoorbeeld dat maatwerk in cosmetica heel moeilijk is. Als je bijvoorbeeld een parfum op maat wil maken dan zal je voor dat ene parfum dat je een of twee keer verkoopt een veiligheidsbeoordeling moeten laten maken. Dat betekent een boel werk voor jou, maar ook zal je deze deskundige moeten inhuren. Dat kost geld, maar ook tijd.
Ergens in de komende tijd zal ik een offerte aanvragen bij een aantal van deze deskundigen, zelfstandig of als onderdeel van een adviesbureau. Door goede afspraken te maken kan je waarschijnlijk tijd en geld besparen. Welke documentatie hebben ze nodig om de beoordeling te maken? Uiteraard moet ik wel aan deze documentatie zien te komen. Misschien kan ik alle parfums in éléln beoordeling onderbrengen, dat kan wel eens voordeliger zijn.
Een ander punt is de GMP cosmetica. Dit is een soort richtlijn voor het goed (hygiënisch, traceerbaar, veilig) produceren van cosmetica. Hoewel niet letterlijk genoemd in de wet moet cosmetica in principe volgens de GMP cosmetica worden gemaakt. Eisen aan inrichting van de werkruimte, schoonmaken, veiligheidsvoorzieningen et cetera. Omdat de productieruimte van De Hekserij al grotendeels aan deze eisen voldoet en we er naar streven helemaal volgens GMP cosmetica te gaan werken zal dit geen probleem worden verwacht ik, maar het is goed hier nu al over na te denken.
Voor wie het nog niet door had: andere zaken zijn nu belangrijker, dus ik schort alles voor onbepaalde tijd op. Wellicht dat het in de toekomst weer wordt opgepikt.
Ik laat alles wel -als statische site- online staan, ik begrijp dat veel mensen er ook nu al wat aan hebben.